Recensies
Recensie uit BN/DeStem van maandag 18 oktober 2010
Recensie uit BN/DeStem van maandag 20 april 2009
Walsen in de kerk
zondag 19 april 2009 | 23:40 | Laatst bijgewerkt op: zondag 19 april 2009 | 23:45
Toen Brahms eens zat te luisteren naar een wals van Strauss, vroeg zijn buurvrouw: Van wie is toch die heerlijke muziek? Brahms antwoordde: Helaas niet van mij.
Later haalde hij zijn schade in en componeerde twee series Liebeslieder. Ze waren bedoeld voor tussen de schuifdeuren en voor een klein ensemble. Maar walsen met een middelgroot koor in de kerk is een gewaagde onderneming. Brahms' Liebeslieder komen gezellig wiegend en luchtig over. Luister je goed dan blijkt dat maar schijn.
Dit is razend ingewikkelde muziek. Dus er worden extreem hoge eisen gesteld. Het begin klonk dan ook wat aarzelend. Dat gold niet voor de goed spelende pianisten. Bij woorden als O, de vrouwen, zoals zij je in vervoering brengen kwam nou juist die vervoering muzikaal te weinig uit de verf. De tenoren zouden wel wat extra mankracht kunnen gebruiken. In het vierde lied begonnen de vrouwen in de hoogte zekerder te intoneren. Het koor begon erin te komen om in de volgende wals helemaal los te gaan. Pianist Frans van der Tak moest op korte termijn iemand anders vervangen. Daar was niets van te merken. Ook in Fauré's suite voelden Rob Nederlof en hij elkaar goed aan. Perfecte keus, deze Dolly Suite, want de wals speelt hierin een hoofdrol. De pianisten ademden tegelijk en dat resulteerde in een heerlijk golvende finale. Na dit intermezzo begon het koor spetterend aan de volgende reeks Brahms liederen. Nog lastiger zijn deze walsen en dat was helaas soms ook te horen. Maar petje af voor dit huzarenstuk.
Recensie uit BN/DeStem van maandag 8 oktober 2007
Oost-Europese Toonkunst in Bredase kerk
Maandag 8 oktober 2007 - Geen platgetreden paden voor het Toonkunstkoor. Wanneer hoor je nou Bijbelse muziek van Moessorgski? Josué komt wat oosters over, vooral in de arabesken van de solopartij, mooi mild gezongen door Lucie Hillen. Logisch, dat oosterse element, want Moessorgski verwerkte hierin delen van een eigen oriëntaalse opera.
De inzetten van het koor klinken soms wat aarzelend en niet iedereen houdt het tempo vol. Ze kijken dan ook te veel in hun partijen en te weinig naar de dirigent. Tsjaikovski's Festival Cantate begint met een lange piano inleiding, die je laat snakken naar een orkest. De cantate was bedoeld voor de opening van een tentoonstelling. Een goed betaalde opdracht, maar of Tsjaikovski er nou zo'n zin in had is vers twee.
Hij recyclede materiaal uit zijn 1e en 3e symfonie en breide dat aan elkaar met veel clichés.
Tenor Jaap Hoekstra heeft een slank timbre, perfect voor Russische muziek, maar zijn Russisch klinkt niet authentiek genoeg. Ook hierin soms weer die onvaste inzetten van het koor en hoge noten die de sopranen net niet halen, terwijl pianist Ad Vergouwen toch veel steun geeft met zijn hels moeilijke partij, knap gespeeld trouwens. Na de pauze lijkt er een ander koor te staan. Ze zingen meer los van hun partij.
Ondanks de niet altijd vlekkeloze intonatie durven ze ineens te zingen. De gezichten spreken boekdelen. Is er op deze moeilijke mis van Kodály soms langer gestudeerd? Voelen ze zich gesteund door het voortreffelijke orgelspel van Jelena Bazova?
Voor het eerst voel ik ontroering. Je moet als Onze Lieve Heer wel erg hartvochtig zijn om niet te zwichten voor een 'dona nobis pacem' als het zo hartverscheurend en intens wordt gebracht als door Ireen van Bijnen.
Gehoord: zaterdag, Laurentiuskerk, Toonkunstkoor Breda en solisten o.l.v. Paul van Gulick. M.m.v. Jelena Bazova, orgel; Ad Vergouwen,piano door Thijs Bonger - KLASSIEK
Recensie uit BN/DeStem van dinsdag 21 november 2006
Uit het persbericht van het concert van 26 november 2005 : Nieuw Ginneken
Recensie uit BN/DeStem van maandag 28 november 2005
Spanjaardsgat-concerten
Het Toonkunstkoor Breda trad, samen met andere muziekgezelschappen uit Breda, op tijdens het feest ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Een enthousiaste reactie:
"Het was een geweldige ervaring om op zaterdag 28 en zondag 29 juni op een ponton te staan voor de historische wallen van het Kasteel van Breda en over het Spanjaardsgat te zingen, aangehoord en aangemoedigd door duizenden mensen en gezegend door prachtig zomerweer.
Paul had van twee muziekgezelschappen en van twee koren, aangevuld met een enthousiaste damesgroep, een muzikale eenheid weten te vormen die klonk als een klok.
Echte klokken waren er ook: stadsbeiaardier Jacques Maassen speelde voor de gelegenheid op een reizende beiaard en de klokken van de toren van de Grote Kerk luidden ook een toontje mee. Gele rijders lieten kanonnen bulderen en zo werd de: "Ouverture 1812" van Tsjaikovski een groots spektakel. De twee stukken uit Prokofjev's :"Alexander Nevski" die we voorafgaand zongen waren voor ons muzikaal meer een uitdaging. Het publiek kon de eerste avond tot slot tweemaal massaal meegalmen met "Land of Hope and Glory" en gingen vervolgens helemaal uit z'n dak. De tweede avond zorgde "de Paarse Heide", oftewel het Bredase Volkslied, nog voor extra effect. Een paar van de tallooze bootjes die in het water voor het ponton dreven sloegen van enthousiasme zelfs om.
Het was heerlijk om als Toonkunstkoor aan dit evenement te kunnen meedoen. De gouverneur van de KMA wil hier een jaarlijks terugkerend evenement van maken, dus, wie weet: volgend jaar weer ?"
Krasnoyarsk - Concerten - oktober 2003
Het was druk op 's-Heeren wegen, in de week van Rusland-Nederland.
In groten getale togen vier Nederlandse koren + 50 musici uit Krasnoyarsk (Siberië) naar repetities en uitvoeringen in den lande voor een grootschalig project, mogelijk gemaakt door de Rotary Mark en Aa en de Rotary Krasnoyarsk, teneinde twee goede doelen te dienen.
Dat ook de diverse besturen hiertoe oneindig veel werk verzet hebben, moge duidelijk zijn.
Dank hiervoor!
Aan ons als koorleden was het de beurt om het uitgekozen programma zo goed mogelijk te vertolken en aan de verwachtingen te voldoen van allen die dit project mogelijk hadden gemaakt, maar ook naar het publiek toe dat massaal toegestroomd kwam en er graag veel geld voor over had.
En aan die verwachtingen voldeden wij ruimschoots: ovationeel applaus viel ons telkenmale ten deel (voornamelijk in Den Bosch en bij de laatste uitvoering in Breda).
Het werden heerlijke dagen van een groot feest met muziek, samenwerking , vriendschap en saamhorigheid , zoals ook Paul het verwoordde.
Dat muziek verbroedert is algemeen bekend, maar bleek tevens een enorme verbondenheid te onstaan tussen Nederland en Siberië. Het uitwisselen van sigaretjes bleek de allerbeste eerste stap naar elkaar toe en een handjevol losse woorden in het Nederlands, Russisch, Bulgaars, Frans, Duits en Engels zorgde voor interessante gesprekken, waardoor we een beetje meer te weten kwamen over elkaars land en leven.
Maar dan, ineens, is het voorbij. Dan gaat het goeie goed weer naar de zolder, zitten de Russen weer in het vliegtuig op weg naar huis, en bestaat de euforie slechts nog on onze herinnering.
Een herinnering die overigens tastbaar blijft middels de CD die gemaakt werd van de diverse uitvoeringen.
En deze CD is zeker niet slecht, sterker nog: het Requiem van Mozart werd door ons bijna professioneel gezongen (hoewel we weer de komma vergaten in het Lacrimosa ("even iets inhouden hier!")
Vera's schitterende coloratuur werd fantastisch neergezet, schitterend begeleid door het orkest.
En wij dan weer, Taneyev, we bereikten af en toe zelfs een Oost-Europese koorklank, met name lof voor de bassen aan het einde van de fuga, subliem!
Het succes van onze optredens danken wij zeker aan Paul van Gulick, die ons toch allemaal maar weer in toom wist te houden en aan het voortreffelijke orkest met zo een geweldige muzikaliteit en discipline in huis.
Ook zij tilden ons naar grote prestaties.
Mieke van Leeuwerden - van der Ven.
.